WKA gegevens

De WKA gegevens en onze certificaten kunt u onderstaand downloaden.

Bankrekening Kuiphuis Kraanverhuur BV
IBAN: NL55ABNA0595609155 (BIC: ABNANL2A)
IBAN: NL86INGB0003280564 (BIC: INGBNL2A)

G-bankrekening
IBAN: NL07ABNA0995041954 (BIC: ABNANL2A)
G-Rekening overeenkomst

Bankrekening Kuiphuis Kranvermietung GmbH
IBAN: DE48 2806 9956 5025 4642 00 (BIC: GENODEF1NEV)
BTW: DE 160 232 498

Kamer van Koophandel
06052793 te Enschede (Oost-Nederland)

Belastingdienst
BTW nr: NL007099150B01
Loonbelasting nr: 0070.99.150.L.02
ISO-certificaat ISO 9001:2008

VCA-certificaat

VVT-erkend-certificaat

WKA bij Kraanbedrijven. 

Vraag:
Valt een kraanverhuurbedrijf onder de Wet Ketenaansprakelijkheid?
Antwoord: De ketenaansprakelijkheidsregeling is van toepassing in situaties van aanneming van werk. Hierbij geldt verder dat er sprake met zijn van het ‘uitvoeren van werk van stoffelijke aard tegen een te betalen prijs’ voor een opdrachtgever. Indien er sprake is van kraanverhuur (bemand) en werken onder regiebasis, is er geen sprake van werk van stoffelijke aard, maar van transport van goederen.
Conclusie: Kraanverhuurbedrijven vallen niet onder de verplichting van de Wet Ketenaansprakelijkheid en hebben hierdoor geen verplichting tot mandagenregisters.
Situatie: Vanuit praktisch oogpunt heeft Kuiphuis toch de beschikking over een geblokkeerde G-rekening. Hiermee kunnen onze opdrachtgevers hun risico voor de sociale lasten afdekken.
Als richtlijn houden wij een maximum van € 9,- per gewerkt kraanuur aan.


In het Handboek WKA Bouwend Nederland is het volgende te vinden:

1.2.4 Specifieke situatie: verhuur van bemand materieel

Indien machines inclusief bedienend personeel worden verhuurd, is sprake van inlening van personeel, dan wel van aanneming van werk. Degene die het materieel inhuurt, loopt derhalve een risico aansprakelijk te worden gesteld als (hoofd)aannemer, dan wel als inlener.

Wanneer materiaal ter beschikking wordt gesteld inclusief arbeidskrachten, dan dient te worden onderzocht of de arbeidskrachten onder toezicht of leiding werken van het bedrijf dat van hen gebruik maakt. In het algemeen zal dit het geval zijn en is sprake van het inlenen van personeel.

Dit is anders indien het materieel dat wordt gehuurd, van zodanige aard is dat de bediening ervan bijzondere eisen stelt aan de kennis en ervaring van degene die de machine bedient. Vanwege de bijzondere aard van de werkzaamheden wordt het personeel dat het materieel bedient, niet geacht onder leiding of toezicht te werken van de opdrachtgever. In dat geval is sprake van aanneming van werk.

Voor de heffing van btw geldt in de regel dat de verleggingsregeling (zie hoofdstuk 12) dient te worden toegepast op de verhuur van bemand materieel, ongeacht of het inlenen van personeel dan wel aanneming van werk betreft. Een formele uitzondering geldt in de situatie dat sprake is van inhuur van materieel en inlenen van personeel (er is dus sprake van leiding of toezicht van de opdrachtgever). In dat geval mag de verleggingsregeling in beginsel niet worden toegepast op de verhuur van het materieel. Echter, indien de splitsing tussen het ter beschikking stellen van chauffeurs/machinisten en de verhuur van materieel praktische problemen oplevert, is het (toch) toegestaan de verleggingsregeling op de totale vergoeding toe te passen (derhalve ook op de verhuur van het materieel).

3.7 Identificatieplicht

Er is een aantal gronden op basis waarvan gegevens van een werknemer aan een derde mogen worden verstrekt. Een van de gronden is wanneer de werknemer hier expliciet toestemming voor heeft gegeven. Dit kan worden geregeld door middel van een schriftelijke verklaring van de werknemer.
Naast toestemming mogen gegevens van de werknemer ook worden verstrekt als sprake is van een wettelijke verplichting. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het verstrekken van werknemergegevens bij controle van de Belastingdienst of de Arbeidsinspectie. In die situaties is dan ook geen toestemming van de werknemer vereist.

Het verstrekken van gegevens door de onderaannemer/uitlener aan een (hoofd)aannemer/inlener is echter niet wettelijk verplicht op grond van de WKa. Op grond hiervan zou gegevensverstrekking van Nederlands personeel dan ook niet zonder meer mogelijk zijn.

De gegevens van werknemers mogen ook worden verstrekt aan derden indien er sprake is van een gerechtvaardigd belang van de organisatie of van de derde aan wie de gegevens worden verstrekt. De vraag is of het beheersen van het aansprakelijkheidsrisico ingevolge de WKa een gerechtvaardigd belang kan zijn voor het verstrekken van werknemersgegevens.
(Helaas is er op dit moment nog geen rechtspraak op het gebied van ketenaansprakelijkheid en de toepassing van de WBP.)

Zie onderstaande link over meer informatie over Wet Bescherming Persoonsgegevens.

Zie de PDF van het Handboek Bouwend Nederland.
Zie de PDF van de Wet Bescherming Persoonsgegevens
Zie de PDF van de Vereniging Verticaal Transport met heldere uitleg